Zakgeld en belasting

ZakgeldHij is bijna zes en dat is een mooie leeftijd voor zakgeld. Kinderen leren door zakgeld met geld omgaan en de plaatselijke snoep-, speelgoed en boekenverkopers zien de kinderen graag. Ik zie graag dat er wordt gespaard en dat het niet over de balk wordt gesmeten. Hij zal zelf moeten ervaren wat de waarde van geld is.

Naast zakgeld laat ik mijn zoon ook alvast kennismaken met financiële plichten. Zo denk ik erover belasting te heffen. En hij heeft een bijtelling, zijn fiets die door de zaak, zijn ouders, beschikbaar is gesteld gebruikt hij niet alleen voor woon-schoolverkeer. Hij rijdt er ook in het weekend op, na schooltijd crosst hij ermee, en hij houdt geen kilometeradministratie bij.

De hoogte van het zakgeld

Om de hoogte van het zakgeld te bepalen gaan we intensief met elkaar in overleg. Het Nibud geeft een indicatie van de hoogte van het zakgeld per leeftijd. Maximalisatie is een term die hij al goed begrijpt, in plaats van een snoepje of stuk fruit vragen begint hij minimaal bij drie stuks. De kans is dan groter dat hij hoger dan een uitkomt. Van geld weet hij dat het handig is. Het zijn munten en briefjes na lang genoeg sparen en onderhandelen kan er een trein van worden gekocht. Zijn voorstel voor de hoogte van het zakgeld was:

“Een euro, nee twee, drie. Doe maar tien euro.”

Waarvoor zakgeld gebruiken?

Voordat het bedrag kan worden vastgesteld, wordt er gesproken over waar het zakgeld voor gebruikt moet en mag worden.

“Waar ga je het zakgeld voor gebruiken?”
-“Gewoon, snoep, Lego en boeken.”
“En wie gaat dat eten, ermee spelen en erin lezen?”
-“Ik natuurlijk, maar mijn zussen mogen ook wel wat hoor.”
“Dat is aardig van je.”
-“Krijg ik dan ook een pasje en kan ik dan pinnen.”
“Een bankrekening heb je al, maar zakgeld krijg je contant.”
-“Wat is contant?”
“Dat geld kan je vastpakken, munten en briefjes.”

Belasting over zakgeld

Ergens tussen de vijftig cent en een euro per week lijkt me redelijk voor een jongeman van zes.  Stel dat ik belasting zou heffen over een euro zakgeld en een bijtelling zou berekenen, dan ziet het plaatje er als volgt uit.

Van die euro hou ik de helft zelf. Dat heet belasting. Voor het gebruik van zijn fiets geldt er een bijtelling van 14% (milieuvriendelijk) van de cataloguswaarde (€300) van zijn fiets. Dat is op jaarbasis €42 euro. Per week tellen we zodoende ruim 80 cent bij zijn zakgeld op. Hij zit hiermee op een wekelijks  inkomen van €1,80. Het belastingtarief stellen we vast op 50%. Hij betaalt dan wekelijks 90 cent belasting en dus houdt hij wekelijks van zijn euro zakgeld tien cent over.

Zakgeld sparen

En nee, belasting over het zakgeld ga ik niet heffen. Ik ben het Jeugdjournaal niet. Er zijn genoeg manieren om te ervaren wat de waarde van geld is. Hij mag lekker zijn zakgeld gebruiken waarvoor hij maar wil. Sparen wordt beloond. Per spaardoel spreken we een bonus af, bijvoorbeeld bij een boek sparen tot de helft, en dan wordt het verdubbeld tot de aanschafprijs.

Leave a Reply

%d bloggers like this: