Een woonplek?

“Misschien is er een woonplek beschikbaar voor uw dochter.” Slechts een paar maanden staat ze op de wachtlijst. Reken op twee tot vier jaar zei deze zorginstelling eerder.

-“Dat is snel. Waar? Per wanneer? Wat moet er gebeuren?”
“Eerst sturen we het profiel van uw dochter naar de locatie. Daar wordt gekeken of ze op die plek past. Een match tussen het huis en haar is belangrijk, maar ook moet zij in de groep kinderen passen die al in die woning woont.
-“En hoe werkt dat dan?”
“De komende twee weken gebruiken we om te kijken of uw dochter daadwerkelijk daar past. Als dat zo is, kunnen jullie komen kijken. Vervolgens kan ze dan daar gaan wonen.”
-“En het logeren dan. Daar komt ze ook in een pilot.”
“Dat gaat dan niet door.”
-“Dit is wel veel sneller dan we hadden gedacht.”
“Dat snap ik. Als jullie het goed vinden, stuur ik nu het profiel naar de zorglocatie.”
-“OK. Prima. Dan horen we over twee weken wat er verder gaat gebeuren.”

Een onverwachte wending. We rekenden op twee tot vier jaar. Nu is er misschien na slechts een paar maanden wachten al plek. Misschien ook niet. Want nu is het aan de zorginstelling, meer specifiek aan de woning waar het om gaat, om te kijken of onze dochter daar zou kunnen wonen.

Dit is het onvermijdelijke telefoontje. Ooit moest dat komen. En misschien is dit nu niet de plek voor haar. Dan komt zo’n telefoontje nog een keer.

Aan de ene kant wil ik dit niet. Mijn dochter moet thuis blijven wonen, in het gezin dat ze zo goed kent en waar ze het fijn heeft. Aan de andere kant weet ik dat dit goed is. Mijn dochter moet fijn en veilig kunnen wonen. Ze verdient een goede woonplek waar ze kan zijn wie ze is. Waar ze zich goed kan ontwikkelen. Waar ze zich thuis voelt en waar haar de zorg wordt gegeven die ze nodig heeft.

Ondertussen is de aanvraag voor meerzorg voor logeren naar het zorgkantoor gestuurd. Of het nu wonen of logeren wordt, het inschrijven op de wachtlijst zorgt ervoor dat ze in beeld is bij de zorginstelling(en).

Leave a Reply

%d bloggers like this: