Wonen, logeren. De zoektocht

Vraag en aanbod zijn niet in evenwicht. De vraag is hoger. De wachtlijsten zijn hierdoor lang. Een plek om te wonen of te logeren is niet zomaar gevonden voor mijn dochter. De zorgvraag is onveranderd hoog en we zoeken naar een manier om de de druk en stress die dit geeft te verminderen.

In parallelle trajecten zijn we nu op zoek naar een logeerplek en een woonplek. Ze mag logeren, maar de startdatum wordt telkens opgeschoven. De wachtlijsten voor wonen hebben een wachttijd tot vier jaar. In theorie kan er volgende week plek zijn.

Een woon- of logeerplek komt beschikbaar als er een uit- of doorstroom is. Of als er nieuw gebouwd wordt. De doelgroep moeilijk verstaanbaar gedrag is nog slechter zichtbaar dan de vergeten groep. Zorginstellingen bieden woonruimte, maar hebben die plekken ook opgevuld.

We schrijven haar in bij meerdere zorginstellingen om te wonen. Ook voor het logeren kijken we bij meerdere instellingen. Regulier logeren is niet mogelijk, daar is de zorgvraag te intensief voor. De boodschap van de zorginstellingen aan de ouders: uw dochter heeft te veel zorg nodig.

De logeerpilot biedt hoop, maar wanneer het logeren dan kan beginnen is nog de vraag.

Ouders die zoeken naar een plek omdat de zorgvraag te hoog is krijgen nul op het rekest. Thuis is de zorgvraag nog intensiever, omdat er geen rustmomenten zijn. De zorgvraag houdt zich niet aan kantoortijden. De zorgvraag is er altijd. Een aantal ingehuurde begeleiders helpen door de week. Soms kunnen vrienden het even overnemen.

De enige manier om de druk te verlichten is verdelen. Niet alleen thuis de zorgvraag invullen, maar ook daarbuiten. Daarom zijn logeren en (deeltijd)wonen oplossingen. Een keuze die rationeel kan worden gemaakt, maar emotioneel eigenlijk onmogelijk is.

Bijna alle kinderen gaan uit huis. Mijn kwetsbare dochter met een ontwikkelingsleeftijd van rond de anderhalf ook. Anderen gaan de zorg overnemen. Ooit. Dat gaat niet zomaar. Waar is de beste plek voor haar? Wanneer zien we haar? Kan ze nog wel thuis komen? Is thuis nog wel thuis?

We nemen een kijkje bij een zorginstelling op de Veluwe. Het terrein is groot en ruim opgezet. De verbouwde woning is ruim. De kamers groot. Een aantal kamers is uitgerust met eigen douche. De huiselijkheid is prettig. Zes kinderen wonen hier. Dagelijks zijn er tegelijkertijd drie begeleiders uit een poule van vijftien.

De schommel, zandbank en trampoline in de tuin zijn vanuit de keuken en huiskamer goed te zien. Bedden met hoge hekken hebben ze liever niet. Slaap maar in een gewoon bed. En ook niet in een slaapzak. Onder een dekbed heeft de voorkeur.

De dagbesteding is schools. Iedereen heeft recht op onderwijs. In kleine stappen leren de kinderen veel. Ieder op haar/zijn eigen niveau. Een klas heeft maximaal zes kinderen. Hoe intensiever de zorgvraag van de kinderen, hoe kleiner de klassen.

Ook hier zijn de huizen allemaal volledig bezet. Ze mag op de wachtlijst.

Leave a Reply

%d bloggers like this: