Wenweekend.

Stil. Leeg. Ineens. Ze slaapt twee nachten in haar nieuwe huis. Thuis is het anders. Het permanente toezicht is nu niet hier, maar daar. Langer dan een minuut op de bank zitten. Niet continu opstaan.

Geen bericht is goed bericht. Het gaat haar vast goed bij het wenweekend. Haar kamer in haar nieuwe huis is de plek waar ze graag speelt. In haar kamer thuis ligt haar speelgoed in de bakken en manden. Geen enkel stuk speelgoed ligt op een andere plek.

Anders

De rust van een opgeruimd huis valt ineens op. Het is anders. Haar afwezigheid geeft een dubbel gevoel. De rust is nieuw. Ze verdient goede zorg, ze verdient alle liefde. Wie verleent de zorg net zo goed als haar ouders? Of zelfs beter?

Haar driewielfiets staat stil. Dit keer geen fietser die de verf van de deurposten schraapt bij een kortgenomen bocht. Een kop thee kan op de tafel blijven staan. Rustig een slok nemen zonder aan mijn arm getrokken worden is nieuw.

Knuffel bij het ophalen

Zondagmiddag halen we haar op. Vanaf de voordeur zie ik haar spelen in de zithoek. Al het speelgoed ligt door de huiskamer. Een stuk papier is versnipperd en als sneeuw door de kamer verspreid. Ze komt gelijk naar me toe, ik krijg een knuffel en een kus.

De rode bal in de gang schiet ze met een welgemikte trap naar de andere kant. Ze loopt achter de bal aan en schopt die weer terug. Nu komt die minder ver.

Haar harde schreeuw omdat toch niet alles gaat zoals ze wil, verlamt me. Een piep in mijn oren. Ze geeft me nog een knuffel. In haar kamer staat haar bed op wielen. De hekken van haar bed zijn dicht, ze wil in haar bed klimmen. Ik open de hekken.

Spelen in haar bed

Twee matrassen op elkaar werken haar klimvaardigheid tegen. Een enkele matras is voldoende. Het elektriciteitssnoer van haar bed is nog niet weggewerkt. De afstandbediening heeft ze (nog) niet ontdekt. In haar bed lacht ze naar me. Ze gaat zitten zoals thuis.

Rug recht, benen in een rechte hoek plat op de matras. Ze pakt haar sleutels en speelt ermee. Ik vraag of ze mee naar huis gaat en gebaar huis. Ze maakt hetzelfde gebaar. Trui aan. Schoenen aan. De lampjes in haar schoenen stampt ze aan.

Weer naar huis

Het korte stukje naar de auto moet met jas aan, vindt ze. Ze zwaait naar de begeleiders. In de auto gebaart en zegt ze papa, mama, zusje, broer en huis. Ze lacht.

Haar speelgoed gaat thuis weer door de hele kamer heen. Haar aanwezigheid vult het hele huis. Volgende week logeert ze weer een weekend in haar nieuwe huis.

Leave a Reply

%d bloggers like this: