Huis en thuis

Op bezoek bij mijn dochter. Het hele gezin gaat naar haar toe. Nog maar een nacht thuis deze week en dan woont ze volledig in haar nieuwe huis. Als we binnenkomen verschijnt die grote lach op haar gezicht. Ze knuffelt zichzelf van blijdschap.

Iedereen even aanraken en bij mij wil ze direct op schoot zitten. Ik til haar daarna op. Haar hoofd op mijn schouder. Ze pakt mijn hand. Ze gebaart huis, rijden en papa. Haar nieuwe huis is nog niet haar gevoelsmatige thuis. Dat is bij ons.

Een rare situatie. In de zaal voor op het terrein is een voorstelling. We verlaten het huis door de voordeur. Ze herkent de auto, gebaart rijden en wijst naar de auto. Ze kijkt me aan en wijst weer. Ze wil mee naar huis. Naar waar wij zijn. Onmachtig dat ik haar niet alles kan uitleggen lopen we door naar de voorstelling.

De rolstoelopgang op. Het is hier natuurlijk allemaal ingericht voor rolstoelvervoer. Haar enthousiasme bij de voorstelling klinkt boven de verteller uit. We wachten buiten. Het is warm. Het volgende deel is de open dag van alle werkplaatsen. We lopen door het hele gebouw.

Het Sint Jansfeest dat vandaag wordt gevierd vindt plaats op het achterveld. Over een uur start het pas, wij kijken op de locatie en springen op de trampoline. De zon brandt. Tijd om naar binnen te gaan. De deur is op slot, de bewoners mogen niet zelfstandig naar buiten. Ze belt zelf aan.

Haar kamer is haar veilige plek, de woonkamer is inmiddels ook vertrouwd. In de speelruimte begint ze zelf alle spullen op te ruimen. Alles in de bakken. Totdat er aardbeien zijn. Alles blijft liggen en ze staat op. Ze gaat aan het hoofd van de tafel zitten eet een paar aardbeien.

In de grote tuin speelt ze met zand en probeert ze een houtsnipper te eten. Bij een “nee” stopt ze, houdt ze haar mond open en kan de snipper eruit. De stenen en houtsnippers blijven maar lekker in de tuin liggen. Toch lukt dat niet altijd. Als ze de kans krijgt, eet ze die gewoon op.

Voor de tuin zijn grote plannen. Nu is er te veel zand, de houtsnippers helpen niet, stenen mogen minder, de trampoline is eveneens een hut en de plek voor het zwembad staat te veel in de zon en te weinig in het zicht. Het probleem is het budget om de tuin opnieuw in te richten. Plannen zijn al wel gemaakt.

Via de tuin die direct aansluit op het veld waar het Sint Jansfeest plaatsvindt gaan we door het hek naar het veld. Ze ziet zoveel en het verwart haar. Na een klein kwartier gaan we terug. Het geeft haar rust. Binnen gaat ze naar haar kamer. Ze klimt direct in haar bed. Haar veilige plek.

Ze krijgt een knuffel en we vertellen dat we weer naar huis gaan. Ze zwaait en geeft een handkus. Dat is ook het teken dat we niet moeten blijven hangen. Dat zou verwarrend zijn. Uitzwaaien is weggaan. Pure, bijna binaire, logica van haar.

We gaan nog even naar het feest en rijden aan het eind van de middag naar huis. Stil. De ingehouden traan zit nog vast. Ze heeft een mooi nieuw huis, het is dichtbij en tegelijkertijd zo ver weg.

Leave a Reply

%d bloggers like this: