Ziek op afstand

Uit huis, de zorg uit handen. De zorgen zijn niet minder. Ze zit in de bus van woning naar kinderdagcentrum en geeft over. Daarna lijkt het weer te gaan. Ze speelt op haar groep en gaat werken.

Haar werkjes bestaan uit sorteren, stapelen, kleuren, plakken, etc. Het gaat niet. Ze wil liggen. Nogmaals moet haar maag leeg. In haar luier weer een paar stenen. Ze is moe. De dag ervoor waren we op bezoek. Ze heeft zich heerlijk uitgesloofd. Wat een energie heeft die dame. Het kan een dag later een terugslag geven.

Heeft ze last van de stenen? Is ze ziek? Thuis was ze praktisch nooit ziek. De afstand maakt het lastig. Geen knuffel kunnen geven, het is een gevoel van onmacht. Een goed medicijn is altijd nog aandacht van haar ouders.

Nu vertrouwen we op de goede zorgen van de begeleiders. Wie kan de zorg beter leveren dan de ouders? De professionals misschien, daar vertrouwen we op. Dat is ook weer we op moeten vertrouwen. Het kinderdagcentrum heeft goed contact met de woning, daartussen zit het vervoer.

Spookbeelden door mijn hoofd. Gaat het wel goed? Wil ze niet een knuffel van mij of van haar moeder? Waarom krijg ik niet elk moment een update? Afwachten. Als de begeleiders niet bellen gaat het goed. Dan is het onder controle.

Ze is sterk. Ze houdt niet de schijn op. Zeker niet als ze zich niet lekker voelt. Ze doet rustig aan. Ze gaat liggen wanneer ze wil. Ik hoef niet alleen op de begeleiders te vertrouwen. Ik weet dat zij is zoals ze is. Als het moet dan vecht ze, rust ze, doet ze en laat ze. Ik vertrouw op haar.

Leave a Reply

%d bloggers like this: