Doorbroken ritme, op bezoek

De verzengende hitte van vorige week is verdreven door wolkenluchten die ook door de oude meesters zijn geschilderd. De airco van de taxibus heeft net als gisteren deze morgen rustig kunnen bijkomen van het harde werken in temperaturen die bij mensen als koorts worden getypeerd.

De rit naar het kinderdagcentrum went langzaam voor haar. Bij het naar huis gaan pakt ze nog meestal de foto met daarop haar oude huis. De groene struiken zijn op dat beeld nog laag, de rest al bijna een eeuw hetzelfde. Haar nieuwe huis is ook goed, maar pas als ze al wapperend met de foto aan de begeleider heeft gevraagd of ze niet toch naar Hilversum mag.

Het ritme van vakantie is haar gewone ritme. Het ritme van de week heeft twee opties: de weekdag en de weekenddag. De groepen zijn nog vol. Uitwisselingen en samenvoegen is niet nodig. Pas als de groepen halfbezet zijn, gaat het zomerschema in. De herkenbaarheid in groep, begeleiders, ruimte, tuin en andere kinderen in haar groep geven haar de rust en ook de mogelijkheid om afwijkende patronen blij te kunnen beleven. Een bezoek van het gezin is zo’n afwijking.

We komen binnen terwijl ze net op de WC zit. De begeleiders vertellen dat ze het zelf aangaf met een gebaar. Niet de duim, wijs- en middelvinger, wel het luiergebaar. Bij haar verworden tot het synchroon in spiegelbeeld met beide handen wijzend naar haar luier. De praktisch droge luier verdwijnt in de prullenbak. De zorgverzekeraar zou aanraden de luier nogmaals te gebruiken omdat het verzadigingspunt nog niet is bereikt.

Haar haren geborsteld, de vlecht van vanochtend is uit. Het gordijn voor haar gezicht opent ze door haar hoofd naar achter te gooien, scheef te houden of haar haar achter haar oren vast te zetten. De oplossing is van korte duur. Ze ziet ons. Haar zus is het dichtst bij, zij krijgt een kus. In haar ooghoek ziet ze de vrije kermisattractie, de bureaustoel zonder leuning, als gymtoestel te beklimmen, carrouselt ze langzaam rond.

Duwen papa, sneller wil ze rond. Op haar rug ligt ze op het zitvlak. Benen in de lucht, recht omhoog met overstrekte knieën, haar hoofd naar achter, haren bijna over de grond vegend. 360° rond, nog een keer, en weer. De andere kant op. Het minimum aantal rotaties is behaald en ze klimt van de stoel af en loopt naar me toe. De duizeligheid bestaat niet, de grappige prikkel wel. Nu krijg ik een kus en knuffel. Broer ook.

Elkaar niet elke dag zien valt me zwaar, haar vrolijkheid bij dit bezoek is in het moment een verdoving die me doet vergeten dat ik dit niet continu kan ervaren. Mijn ogen even dicht, haar aanwezigheid voelend tussen al die anderen, haar herkenbare geluiden maken de kakofonie in de achtergrond tot ruis. Het kalmeert even en laat me neerdalen in dit moment.

We gaan op haar manier naar de gymzaal. Ik loop voor, zij duwt me uit evenwicht en zet een stap. Stilstaan, zij schuift aan en duwt me weer een stuk vooruit. Stap voor stap, lach voor lach, bewegen we ons de deur door, hoek om en gymzaal in. De deur sluit ik met de knip bovenaan, op haar tenen probeert ze te helpen. Ze kan er niet bij. Realiserend dat ze nu toch niet de gang op kan lopen draait ze zich om en loopt, kruipt en schuift naar de trampoline. Dit is haar plek. Haar broer en zus schuiven de kast, paard en klimdingen door de zaal. Dit spektakel laat haar intens genieten. Zij is in het moment, haar moment.

De yogabal volleybalt ze terug naar haar zus. Dribbelen lukt een keer. Een worp met twee handen katapulteert de bal in een parabool naar de overkant. Op de mat liggend spiegelt ze met haar zus. Met vlakke hand een klap op de mat, gevolgd door nog zo’n knal van haar zus. Ze wijzen allebei de mat aan. Hier is geen waarom, hier zijn twee zussen samen.

Op haar groep terug gaat ze rechtop zitten op een bureaustoel die net leeg is. Ze trekt aan de hendel een gasveert langzaam naar beneden. Iets vooroverleunend trekt ze de hendel weer aan en de stoel stijgt naar de maximale hoogte. Ze gaat weer zitten en herhaalt het.

Ik vraag een knuffel, zij geeft me een kus. Daarna strekt ze haar armen voor de knuffel. Een handkus en daarna zwaaien luidt het afscheid in. Snel weg, anders vindt ze het verwarrend. Uitzwaaien is weggaan bij haar. Een deel van de ochtend waren we in elkaars wereld.

Buiten vermengt de traan met lach tot een herinnering aan dit mooie moment. Tot de volgende keer.

Leave a Reply

%d bloggers like this: