Anderhalvemeterwandeling

Vlak voor het bezoek bellen we om onze komst te melden. Ze heeft net gedineerd en gaat naar de hal. Ze zit op de bank, krijgt haar schoenen aan en kijkt door het raam naar buiten. Haar lach is groter dan het huis, haar enthousiasme galmt door de hal. Ze klapt, knuffelt zichzelf, kijkt naar de begeleider, dan weer naar haar moeder. Het is echt waar.

Ze ziet haar moeder buiten staan. Ze zwaait. Nu ziet ze mij ook staan. Dit is feest. Vader en moeder op bezoek. Niet helemaal op bezoek, want wij mogen het huis niet in. Voor de deur staat haar wandelwagen al klaar. Ze heeft haar schoenen aan en staat op om naar buiten te gaan. Niet zo snel. Ook haar jas moet aan. Haar haar zit in een stoere knot.

We mogen een uur met haar wandelen. Het doel is om op termijn weer normaal op bezoek te kunnen. Hoe snel dat gaat is afwachten. Als een bewoner in haar huis, gedefinieerd als compartiment, klachten krijgt, gelden de strengere lockdownmaatregelen weer. Het is net avond geworden, de wind waait de groene bladeren andersom. De temperatuur is een stuk lager dan in de weken hiervoor. Het weer maakt niet uit, het is altijd tijd voor een anderhalvemeterwandeling.

De anderhalve meter is iets kleiner, de wandelwagen mogen we wel duwen. Ze probeert de deur te openen, maar zonder sleutel van de begeleider lukt dat niet. Nog steeds met een lach van oor tot oor komt ze naar buiten. Ze klimt zelf de wandelwagen in. We hebben onze handen keurig ontsmet en proberen de gordel te sluiten. Helaas, de gordel is stuk. Nu is het voor haar een stuk lastiger om stil te blijven zitten.

Met de wagen lopen we naar het bos. Ze kijkt omhoog en ziet mijn gezicht. Ze kijkt vooruit en weer terug naar mij. Dan hangt ze half buiten de wandelwagen en kijkt naar achteren. Haar moeder is ook hier. Tevreden gaat ze weer zitten. Haar handen stopt ze onder haar benen. We maken een wandeling zonder de anderhalve meter afstand en ook nog eens met drie personen die sinds vorig jaar niet meer tot een huishouden behoren.

Haar moeder duwt de wandelwagen door het bos. Over de boomwortels, langs de dennenappels en onder de lage takken door. Ik maak een foto van ze. Ik zet een stap terug om ook haar lach helemaal op de foto te laten passen. Ze pakt mijn hand, de anderhalvemeter snapt ze niet. Bij de grote boom met veel dennenappels wil ze uit de wandelwagen.

Ze gebaart helpen en ik til haar uit de wagen. Ze pakt de dennenappels en gooit ze het bos in. Ik pak veel dennenappels en maak dennenappelregen. Ze lacht erom. De grote takken in het bos gooien, een tak even snel bewegen en het zand voelen. De door de wind ritselende bladeren overstemmen bijna de vrolijk kwetterende vogels. Ze klimt zelf in de wandelwagen. Ondertussen kijkt ze continu naar mijn vrouw en naar mij. De vreugde wint het van verbazing en ze annasophiet weer enthousiast.

We beeldbellen met familie en vrienden. Iedereen ziet haar lachen. Dit kleine lichtpuntje is fijn. Na twee maanden niet op bezoek is het nu dan eindelijk mogelijk. Kort. Ze kijkt even indringend naar mijn vrouw en gebaart mama. Ze zegt tssje en trr, haar klanken voor zusje en broer. Ze missen elkaar. Op de route ligt een stuk zandpad dat van strandzand gemaakt lijkt.

Anna Sophie wandelen struik blad high five

Vooruit rijden is onmogelijk. Dan maar achteruit de wandelwagen omhoog trekken. Als een astronaut zit ze in de wagen. Ze traint haar buikspieren, tilt haar hoofd op en kijkt of beide ouders wel in de buurt zijn. Het fietspad in deze bosrijke omgeving is op dit tijdstip een drukke weg. We wijken telkens uit naar de zachte berm. Door de wind buigen de takken als dienaren voor de koningin. Handig, ze kan nu makkelijker een highfive geven aan de bladeren.

De afgelopen weken duurden eeuwen. Dit wandeluur duurt een minuut. We moeten alweer terug naar haar huis om op tijd te zijn. Ze gaat zo douchen, maar niet voordat nog meer dennenappels en takken het bos in zijn gegooid. De wandelwagen zetten we bij de deur, zij belt zelf aan. Ze drukt de belknop lekker lang in. De deur gaat open, ze zwaait, geeft een handkus en loopt naar binnen. De wind laat de bladeren van de hoge bomen musiceren.

Nog even komt ze terug. Douchen gebaart ze. Dan zwaait ze. Ze gaat weer verder met haar dag. Het korte afscheid is duidelijk. Zwaaien is einde bezoek. Doei. Tot volgende week.

Leave a Reply

%d bloggers like this: