Dennenappels gooien

Het lage geluid van de dieselmotor leidt haar aandacht af van de tafel. Haar benen bungelen over de rand van de nieuwe te grote stoel. De lepel soep valt op haar broek als ze zich nieuwsgierig omdraait om te kijken welke auto aan komt rijden. Haar ouders. Ze knuffelt zichzelf en laat hardop haar blijdschap horen. De lepel vliegt ondertussen onder tafel.

Ze blijft gewoon aan tafel zitten met haar zes huisgenoten en drie begeleiders. Vandaag eten ze later en douchet ze ook later. Geen probleem, want haar structuur bestaat grotendeels uit volgorde niet alleen uit tijdsgebonden activiteiten. De soep op haar broek, zwarte vegen van het zand op haar jurk en haar gezicht. Vanuit de zandbak, snel handen wassen en aan tafel. Haar lach maakt de vegen op haar gezicht onzichtbaar.

De nieuwe tafel voor het huis is een voorbode voor de herinrichting van de tuin. Het terras, speelgedeelte en gras worden binnenkort van elkaar gescheiden. Zo kan onder toezicht eerder buiten worden gespeeld. De door de tweemeterbewoners veroorzaakte kuil bij de schommel is straks gerubberentegeld. De trampoline krijgt een nieuw doek, zonder scheur.

Overal wandelen

Ze blijft aan tafel zitten omdat ze geen schoenen aan heeft. De wandelwagen staat nog niet klaar. Afwisselend gaat haar blik naar de begeleider en ons. Met het een voor een strekken van haar benen helpt ze haar schoenen aantrekken. De lussen van de veter zijn om los te trekken. Na twee keer opnieuw de schoenen aantrekken is ze klaar voor de wandeling. Een uur door het bos, daarna douchen en slapen.

De bosrijke omgeving maakt van wandelen een feest. Langzaam leren we welke paden wandelwagengeschikt zijn. Uiteraard betekent dit niet dat de ongeschikte paden worden gemeden. Achteruit met de wagen door het mulle zand, onder bijna omgevallen bomen door en over het pad zwiepende takken wegduwend ontdekken we elke wandeling een nieuw stuk bos.

Dennenappels op de goede plek

Wandelen in het bos, dennenappels gooien

Ze wil met de dennenappels gooien en vraagt los en helpen. Of ik wil helpen de gordel los te maken, zodat zij uit de wagen kan om al die dennenappels naar de goede plek te gooien.
“Natuurlijk maak ik je los. Wat goed dat jij dit vraagt.”
Ongeduldig herhaalt ze de gebaren, dit keer gevolgd door papa.
Een merel vliegt snel weg.

De dennenappels liggen weer op hun plek. Ze klimt zelf de wandelwagen in. Ineens is ze blij, de zelfknuffel herhaalt ze een paar keer. Ze lacht en wijst. De twee wandelaars in de verte zijn in het gezelschap van een hond. Haar voorpret om de hond van dichtbij te zien en misschien te aaien is aanstekelijk. De hond snapt haar en komt dichtbij. Voorzichting legt ze haar hand op zijn rug en voelt de vacht. De viervoeter geniet ook en gaat naast haar zitten.

Op de terugweg wandel ik steeds langzamer, dan ben ik langer bij haar. Inmiddels is haar woning haar huis geworden. Al drie maanden ben ik hier niet binnen geweest. Dat is voor haar de normale situatie. Als de deur opengaat, stapt ze drempel over, zwaait nog even zonder omkijken, loopt de huiskamer in en wacht tot ze mag douchen. Dat afscheidsmoment is abrupt. Voor mij. Het snel afscheid kunnen nemen is voor haar het vertrouwen dat we elkaar binnen een paar dagen weer zien.

Leave a Reply

%d bloggers like this: