Ogen, blik, kijken

De afspraken en evenementen in mijn agenda geven nog hoopvol een signaal af. Voetbaltoernooi, City Run, Avondvierdaagse, tevergeefs klinkt het alarm. Ik swipe de meldingen weg. Dan is daar ineens de herinnering aan de afspraak met Bartiméus voor mijn dochter. Een controle voor haar ogen. Ik bel de begeleiders en vraag of deze afspraak wel doorgaat. Dat blijkt zo te zijn. “Ik ga wel met haar mee naar die afspraak, is dat goed?” vraag ik. Als ik geen coronaklachten heb is dat prima. Zo heb ik ook nog eens een extra mogelijkheid om mijn dochter te zien.

Ze heeft mijn auto aan zien komen. De begeleider had al verteld dat papa langs ging komen. Bij de deur wacht ze me op. Ze pakt de klink en probeert de deur te openen. Helaas, dat werkt niet. De bewoners van haar huis kunnen niet zelfstandig naar buiten. Anna Sophie besluit direct de begeleider te halen om de deur te openen. Ze pakt zelf haar jas en loopt naar me toe voor een knuffel. Even zwaaien naar de begeleider en we zijn op weg naar de oogcontrole.

Disco

Het valt op dat ze nu heel goed loopt op haar aangepaste schoenen. Beter rechtop, niet meer slepend met het ene been loopt ze met me mee. Mijn hand vastpakken doet ze niet, ze wil het zelf doen. De bijen vliegen gauw weg als haar hand de bloemen aait. Elke bloem, plant en struik voelt anders. Het hellinkje waar ze eerst altijd hulp nodig had, loopt ze nu zelf af. Allebei trots.

Anna Sophie lichtknopje lichtschakelaar lampenknop en beveiligingskastje discomodus VJ

We wachten in de wachtkamer. De kussens op de banken schuiven heen en weer als ze gaat zitten. Aan haar rechterkant zijn twee lichtknopjes. De magie van een druk op de knop die leidt tot een lamp die ergens aangaat vindt ze geweldig. Aan, uit, aan, uit, aan, uit. Het beveiligingskastje boven de knoppen hangt voor haar niet hoog genoeg. Een korte harde piep zorgt dat ze direct weer gaat zitten. Onschuldig kijkend, totdat een paar tellen later haar ogen al gaan lachen. Eerst stiekem met haar elleboog, daarna weer gewoon met haar handen gaan de lichtknoppen weer in discomodus.

Oogarts

Na het vragenprotocol, heeft u gehoest, geniest, heeft u corona, of uw huisgenoten, neusverkoudheid, en uw dochter, lopen we de behandelruimte in. Kisten met afbeeldingen, instrumenten en oogtestspullen staan open. Anna Sophie gaat op onderzoek uit. De oogarts schuift de meetinstrumenten naar het midden van de tafel. Het blijkt niet de bedoeling dat mijn dochter alles onderzoekt. We mogen op twee naast elkaar geplaatste stoelen gaan zitten. Haar benen bungelen over de rand. Ze kijkt naar mij en naar de twee medewerkers van Bartiméus.

De oogarts pakt grote grijze kaarten met daarop een met witte lijnen getekende auto. Op verschillende kaarten staat de auto op een andere plek. De witte lijnen worden steeds dunner. Door haar blik te vangen ziet de oogarts hoe goed ze kijkt. Anna Sophie heeft het door en snapt het spelletje. Niet alleen kijken, ze gaat nu ook wijzen naar het plaatje.

Vooruitgang, kleine plus

Bij de volgende test kijkt zij naar voren naar iets leuks, zoals haar sleutels, terwijl ergens in haar blikveld ineens een wit balletje opduikt. De assistent staat achter haar. De kromme uitschuifantenne waarop het witte balletje zit, ziet ze links, rechts, nog eens rechts en boven haar. Dan vindt ze het genoeg en kijkt ze gewoon naar achteren. Hoofd in haar nek. Daar komt het balletje vandaan.

De laatste test is een optische meting. De gordijnen gaan dicht. Die bewegende gekleurde vlakken werken op haar lachspieren. Ze ziet het lampje van het instrument en kijkt heel goed. De strip met daarop brillenglazen gaan langs haar gezicht. Ze snapt het, duwt haar hoofd iets naar voren en kijkt precies door de glazen. Deze test herkent ze blijkbaar. Allerlei termen gaan van oogarts naar assistent: 0,3, een half, 45 (want je rond af op 45, dus 90 of 180), visus, wijken. De conclusie is dat haar zicht is verbeterd ten opzichte van de vorige controle. Ze heeft een kleine plus.
“Wanneer was de vorige test?” vraag ik.
-“Die was bij haar dagbesteding, in 2010.”

Geweldig nieuws

Al die tijd heeft ze op de stoel gezeten. Geconcentreerd, meewerken. Een kwartier stilzitten. Ik zat naast haar en af en toe kreeg ik een kusje of ze legde haar hand op mijn hand.
We lopen terug. De helling weer op. Ook zonder hulp. Ze is een stuk beter gaan lopen met deze schoenen. Haar vrolijkheid roept ze over het terrein met haar kenmerkende korte klanken. De bijen wachten even achter de heg als zij met haar vingers door de lavendel gaat. Ze belt aan bij haar woning en mag gelijk gaan lunchen. Ze zwaait naar me en loopt naar haar stoel.

De begeleider en ik spreken over de oogcontrole en over haar ontwikkeling. In de afgelopen maanden met de dagbesteding in haar woning heeft ze grote stappen gezet op het gebied van communicatie en letterlijk op haar nieuwe schoenen. Ze gebaart veel meer, vraagt meer en is vrolijk. Het scheelt natuurlijk dat ze niet meer drie uur per dag in de bus moet zitten om bij het KDC te komen.

Nog even staat ze op van tafel om gedag te zeggen. Ik mag van haar niet zo lang blijven hangen. Zwaaien is dag is weggaan. Zo werkt dat in haar structuur. Tot morgen, knuffel. Net als ik vertrek vertelt de begeleider: “Vanaf het eind van de week mag ze ook weer thuis op bezoek. Ga dan niet naar de markt, en liever ook geen bezoek. Ze kan wel weer naar huis.”
-“Wauw. Dat is geweldig nieuws. Zaterdag haal ik haar op!”

Ogen, blik, kijken

De afspraken en evenementen in mijn agenda geven nog hoopvol een signaal af. Voetbaltoernooi, City Run, Avondvierdaagse, tevergeefs klinkt het alarm. Ik swipe de melding weg. Dan is daar ineens de melding over de afspraak met Bartiméus voor mijn dochter. Een controle voor haar ogen. Ik bel de begeleiders en vraag of deze afspraak wel doorgaat. Dat blijkt zo te zijn. "Ik ga wel met haar mee naar die afspraak, is dat goed?" vraag ik. Als ik geen coronaklachten heb is dat prima. Zo heb ik ook nog eens een extra mogelijkheid om mijn dochter te zien.

Leave a Reply

%d bloggers like this: