“Tssssj en trrrrr” – broer en zus op bezoek

Verbaasd kijkt ze uit het raam. Ze buigt iets naar voren om het beter te zien. Dan kijkt ze haar begeleider aan en weer terug naar buiten. Is het echt? Ziet ze haar broer? Haar schoenen aan, een jas is niet nodig. Het is voorlopig de laatste dag met zomers weer in de lente. Ze mag zelf de voordeur openen en loopt naar mij toe terwijl ze verbaasd naar haar broer kijkt. Achter de wandelwagen ziet ze nu ook haar zus.

De blik afwisselend naar broer, zus en mij. Rijden gebaart ze. Ze loopt langs de wandelwagen naar mij toe, nee langs mij. De auto is voor haar een bekende verschijning, dat is de taxi naar huis. Haar broer en zus zien vindt ze bijna direct normaal. ” Tssssj en trrrrr,” zegt ze. Nu zij hier zijn, vindt ze dat ze ook naar huis mag. Helaas, het is een uurtje wandelen door het bos. Ik geef een stapel nieuwe kleren aan de begeleider. De zomershirts met korte damesmouwen, kleurige sokken met panda’s en eenhoornen, onderkleding en broeken. Net als thuis halveren de sokkenparen in de wasmachine.

Gooi de bal!

opgestoken vlecht Anna Sophie

De opgestoken vlecht staat haar goed. Op een enkele hardloper na is het bos leeg. De vogels zingen hun lied. Het eerste kwartier lacht Anna Sophie onophoudelijk. Gegiechel van een puber, schateren van pret. Met haar broer gooit ze de voetbal over. Hij gooit rustig de bal naar haar, zij volleybalt terug. Of ze vangt de bal en gooit dan de voetbal juist niet naar haar broer. Ze kijkt hem aan en gooit de bal met een boog naar achteren. Als hij achter haar gaat staan, gooit ze de voetbal juist naar voren. Broer en zus verdelen de taken. Hij staat achter de wagen, zij ervoor. De bal gaat naar Anna Sophie. Ze kijkt naar allebei, de lichtjes in haar ogen gaan naar pretstand en ze begint alvast te lachen. Dan werpt ze de voetbal opzij.

Door het mulle zand en langs de highfivebladeren duw ik de wandelwagen langzaam vooruit. De wortels die als traptreden en struikelobjecten door het pad steken blokkeren om de paar meter. Het is duidelijk dat Anna Sophie veel vaker hier in het bos wandelt. Ze wijst naar de dennenappels en gebaart los. De dennenappels zijn om te gooien. Als we verder wandelen geeft haar zus haar telkens een dennenappel, zodat ze die naar haar broer kan gooien. Prima worpen, in een strakke lijn recht op het doel af.

Grote snoezelruimte

Haar zus duwt de wandelwagen, ze draait zich om, pakt mijn hand en beweegt die naar het handvat. De gebiedende wijs van papa moet de wandelwagen duwen. Na een paar keer wisselen van duwer mag haar zus toch langere tijd de wagen duwen. Ze zit in haar kenmerkende houding: rechtop met haar handen onder haar bovenbenen. We komen op een parkeerplaats met steentjes. Los, los, los, gebaart ze driftig. Alhoewel ze al is gedoucht en ik weet wat ze gaat doen, maak ik haar los. Met het losklikken van de gordel transformeert de parkeerplaats ineens in een grote snoezelruimte.

Ze gaat op de grond zitten. De benen iets uit elkaar, voorover gebogen voelt ze alle stenen. In halve manen maait ze de stenen heen en weer. Na een paar minuten spelen vraag ik of ze weer in de wagen wil gaan zitten. Eerst negeert ze de vraag door nog harder te spelen. Ze snapt precies wat ik vraag en ik herken wat zij doet. Ik help haar overeind komen, zij overstrekt zich tot plank. Dan til ik haar maar in de wandelwagen. Gelukkig, ik kan het nog. Vroeger was haar verzorgen mijn dagelijkse workout, drie kilo verder zoek ik een alternatief. Vakkundig veegt ze haar handen schoon aan mijn witte overhemd.

Elf weken

Haar zus duwt de wandelwagen van Anna Sophie

Waar haar zus vroeger net bij de duwstang van de rolstoel kon, loopt ze nu gewoon rechtop achter de wandelwagen. Bij de klinkers neemt mijn jongste dochter het duwen weer over. De zussen racen naar huis. Eén voorwiel doet niet mee en draait trillend rond bij deze hoge snelheid. We zijn weer terug. Het uur vliegt voorbij. Ze geeft iedereen een knuffel en verdwijnt naar binnen. Nog een handkus vanuit de hal en we mogen naar huis. Na elf weken zagen broer en zussen elkaar eindelijk weer. Als de terugkeer naar normaal zo doorgaat, mag ze binnenkort vast weer een keer bij ons thuis langskomen of misschien wel logeren. Ik hoop dat het snel binnenkort is.

Leave a Reply

%d bloggers like this: