Vaderdag

De beste vaderdag is de dag waarop ik bij mijn kinderen ben. Makkelijk als de kinderen thuis wonen. Mijn cadeau was een rondje fietsen met mijn dochter. Precies om half twee melden om ongeveer een uur op de duofiets te mogen rijden. Ze wacht me op op het bankje in de hal. De fiets staat voor de deur klaar.

Twee stoelen naast elkaar. Twee sets trappers, twee sturen en, belangrijk, twee fietsbellen. Ik krijg een knuffel, ze loopt terug naar binnen. Haar jas moet mee. De rits hoeft niet dicht. Via de bestuurdersstoel loopt ze naar de bijrijdersstoel. De gordel om. Deze duofiets heeft acht versnellingen en trapondersteuning. Makkelijk fietsen.

Het terrein af is een heuveltje op. Zonder trapondersteuning heb ik daar moeite mee. Rechtsaf het fietspad naar beneden is een stuk makkelijker. De wielrenners willen graag inhalen op deze smalle strook asfalt. We wachten met een wiel in de berm. De eerstmogelijke weg slaan we in. Mama gebaart ze. Ook op vaderdag is haar moeder belangrijk. Langs de weg gaan we stilstaan. We videobellen haar moeder. Enthousiast gebaart ze papa en rijden. Met haar handen aan het stuur kan ze prima met haar duim de fietsbel doen rinkelen. Ze belt de hele tijd.

Anna Sophie belt op de duofiets - bellen

Haar benen bungelen, de trappers zijn net te ver weg. Mijn handen moeten aan het stuur blijven. We fietsen over de brede, rustige straten. Ze legt haar hoofd in haar nek om de boven ons langsschietende bomen goed te bekijken. Haar gebel doet elektrofietsers ontdooien en naar haar zwaaien. Een groep stoere gasten haalt ons in. Met drie of vier naast elkaar, drie verschillende soorten muziek uit de draagbare boxen, petjes op en shirts zonder mouwen aan. Een wonderlijk schouwspel voor mijn dochter.

Onze tocht is simpel, in grote lijnen komt het neer op vier keer rechtsaf. Ik ken de weg hier niet. Als we verdwalen, rijden we gewoon dezelfde weg terug. De linten markeren de eikenprocessierupsnesten. Veel eiken hebben nu een roodwitte riem. De vijf groene lampjes blijven bijna de hele weg branden. Pas vlak voordat we terugzijn zijn het nog maar vier lampjes. Mijn handen moeten aan het stuur blijven, mijn benen moeten blijven bewegen. Als dit niet zo is, corrigeert mijn dochter dat. Ze legt mijn hand terug of duwt dan op mijn been.

Anna Sophie zwaait uit

Haar haar wappert in de wind. De varens langs het fietspad raakt ze met haar open hand aan. Ze kijkt een paar keer verbaasd opzij en gebaart dan papa. Alsof het niet echt is. Zaterdag elkaar gezien, zondag weer. Feest. Na een uur fietsen, een kilometer of vijftien blijkt later, rijden we het terrein weer op. Ik krijg een kus, ze zwaait, gebaart rijden en loopt naar binnen. Ze gaat voor het raam staan in haar kamer en zwaait me uit.

Leave a Reply

%d bloggers like this: