Rode bessen

Ineens staat het hele gezin op de stoep. De auto is vol. Ze kijkt verbaasd naar haar broer en zus. Die zijn een lange tijd niet bij haar woning geweest. Midden op de weg staat haar vervoer geparkeerd, ze schuift naast haar zus. Twee gordels om en op weg naar oma.

Het is ruim anderhalf uur rijden. Langer zelfs want op de snelweg mogen we maar honderd. Nog niet eerder reden we langzaam naar het oosten. We laten haar een foto zien van ons bezoekdoel, ze kijkt verbaasd. Het regent continu tot we bijna zijn gearriveerd. Een lichte miezer of zelfs droog.

We lopen om het huis heen, langs de nieuwe schuur. Ze heeft geen oog voor het ontvangstcomité. Deze plek (her)kent ze, dit is haar plek. Eerst loopt ze een rondje. De bank staat nog op zijn plek. Even zitten. De stoelen schuiven nog, de deuren kunnen open en dicht.

Boven staat haar bed. Dat wil ze wel zelf controleren. Op deze rechte trap met een kleine hellingshoek en aan beide kanten leuningen stapt ze zelf tree voor tree omhoog. Bovenaan even op haar knieën en opstaan. Ze doet de lamp een paar keer aan en ook weer uit. Haar bed staat er nog. Even erin zitten. Daarna naar de kleine tafel aan de andere kant van de kamer waar de kralenachtbaan staat.

De schommel is nat, dat deert haar niet. Hier mag ze wel schommelen en hier mogen haar ouders wel duwen. Haar eigen woning en tuin zijn nog steeds verboden terrein voor iedereen die niet woont of werkt in haar huis. Haar broer en zus op de trampoline zijn leuker dan schommelen. Door het natte gras loopt ze voorzichtig naar de trampoline om heen en weer gesprongen te worden door haar broer en zus. Zij zit in een hoek van negentig graden. Als ze na een tijdje zelf mag springen doet ze dat op de voor haar kenmerkende wijze. Van zit naar bijna staan en weer terug.

Oma krijgt een knuffel, de baard van opa is interessant. De net geplukte rode bessen stript ze met precisie, de stokjes gooit ze terug in de bak. Dat is knap en geeft aan dat haar motoriek verbeterd is. Na de lunch tijdens het korte bezoek is het tijd om terug te gaan. Met zijn vijven in de auto rijden we naar haar woning. Ze vindt het verwarrend. Het hele gezin in de auto en dan niet naar Hilversum. Traan. Door de intensieve dag valt ze in slaap, haar hoofd op haar broers schouders.

Ze wil niet uitstappen. Rijden gebaart ze. Met de rest mee. Iedereen uit de auto, zij dan ook maar. Aanbellen, neus op het glas om te kijken of iemand de deur open gaat doen, wachten, nog een keer bellen. Nu de bel lang vasthouden. Het heeft effect. Als de deur opengaat, kijkt ze om en zwaait ze. De traan maakt plaats voor een lach. Nog een knuffel en dan zwaait ze ons weg.

Leave a Reply

%d bloggers like this: