Thuislunch

Niet ´s avonds, niet in het weekend. Dit keer haal ik haar door de week op. Voor een lunch. Broer en zus zijn naar school en voor haar is de dagbesteding nog gesloten. Eerst bellen, want de begeleiders kunnen zomaar bedenken met alle huisgenoten naar het strand te gaan of een andere activiteit te ondernemen. Vandaag staat dat niet gepland. Ik kan haar dus ophalen voor de lunch.

Ze zit op haar bank bij de deur te wachten. In de hal. De deur zit op slot, dat weerhoudt haar niet om toch te proberen de deur te openen. De klink een paar keer naar beneden duwen maakt slechts geluid en heeft niet het door haar gewenste effect. Ik bel aan. De begeleider doet open. Nog steeds mag ik niet in de hal komen en nog steeds houden we anderhalve meter afstand. Ze gebaart dat papa haar schoenen moet aantrekken bij haar. Thuis kan dat, hier blijk ik buiten wachten.

Als we rijden herkent ze vaak waar we naartoe. Zo weet ze de Waalburg te koppelen aan haar grootouders en een weids landschap aan haar oma. Zo herkent ze de route naar huis ook, alleen komt die grotendeels overeen met de route naar het zwembad.  In mijn spiegel zie ik haar vaak zwemmen gebaren. Vandaag niet. Het zwembad is nog gesloten. Anderhalve meter afstand is daar praktisch onmogelijk, dus voorlopig wordt er niet gezwommen.

Ze dekt de tafel. In de keuken pakt ze het brood, het beleg, de borden en het bestek en brengt alles naar de kamer. Twee dingen tegelijk. Twee handen, twee dingen. Alleen het bestek gaat in een grotere hoeveelheid naar de kamer. We hoeven haar niet eens te vragen om nog wat te brengen, dat doet ze uit zichzelf. Ze pakt een stoel, schuift die naar het hoofd van de tafel en gaat zitten. Aan de tafel trekt ze zich naar de juiste plaats toe.

Een paar keer pakt ze mijn hand. Ze schudt die dan licht heen en weer en wijst naar de piano. “Straks kan ik pianospelen voor je. Na het eten, ” herhaal ik een paar keer. De aanhouder wint, denkt ze. En ze blijft vragen. Ze gaat voor me op de kruk zitten. Met een vinger toucheert ze een toets, dan duwt ze mijn hand die kant op. Haar handen legt ze op mijn handen als ik speel. Als ik stop, pakt ze mijn handen vast en duwt ze mijn vingers weer richting de toetsen. De pianomuziek mag altijd door blijven gaan.

Haar broer en zus komen thuis uit school. Ze krijgen een knuffel. Anna Sophie geniet van het hele gezin om haar heen. Halverwege de middag breng ik haar weer terug. Alhoewel ze met haar naamgebaar en het gebaar voor huis aangeeft dat ze snapt waar we heengaan, blijft ze liever thuis. Ze werkt eerst niet mee haar schoenen aan te trekken, dan wil ze haar tas niet meenemen en vervolgens gaat ze in haar bed liggen en verstopt ze zich onder een kussen.

Ik voel hetzelfde. Bij het wegbrengen is ze eerst stil. Haar vochtige oog maakt nog net geen traan. Ze zet haar zonnebril op en ziet de bomen langszoeven. Bij haar woning loopt ze snel naar binnen en zwaait ze me snel gedag. Bij het wegrijden zwaait ze door het raam van haar kamer. De lunch thuis was de grote verrassing voor haar, het terugbrengen en het afscheid zijn dan altijd de moeilijkste momenten. Voor haar. Voor mij. Voor ons.

Leave a Reply

%d bloggers like this: