“Je begrijpt niet dat je niet gaat zwemmen”

Gelukkig zijn de zorgmedewerkers bij je. In het omringende bos zingen de vogels hun kwetterlied. Twee spechten tikken asynchroon tegen de bomen. In de lentezon is het heerlijk. Ik weet nog goed dat ik je ophaalde op zaterdag. Of je moeder. Die doet dat veel vaker. Dat kan nu niet.

De geur van brood in de oven laat je weten dat het zaterdag is. Je zwemdag. Uitslapen kan een andere keer, want vandaag heb je een afspraak met het zwembad. Twee uur lang baantjes trekken en ander zwemplezier met oranje vleugels om je armen is het plan. De steile trap was ooit een onneembare hindernis. Beren op jouw weg knuffel je of schop je aan de kant. De trap klim je nu op, omdat het kan. Jouw doelen worden gehaald terwijl je ondertussen optimaal van het moment geniet.

In je huis is de grote badkamer van jou. Douchen en dan zwemmen. Dat is je planning. Beter kan niet. Je zit op de grond, je billen precies op het putje zodat het water niet wegloopt en het waterpeil gestaag stijgt. De hoge drempel heeft tot nu toe altijd gewonnen. De begeleider wast je. Je haar geshampoot en daarna uitgespoeld. Ooit prikte dat in je ogen, nu buig je voorover en knijp je je ogen dicht. Het water spoelt de shampoo weg.

Even verschuif je. Het gorgelende geluid van weglopend water werkt op je lachspieren. Je uitbundige schaterlach klinkt hol in de badkamer. De spiegel beslaat. Een korte klopt op de deur geeft aan dat een medebewoner moet douchen. Strakke schema’s in de zorg geven duidelijkheid aan cliënten en bewoners. Bij het afdrogen pers je je lippen op elkaar en blaast lucht erdoor. Je begeleider lacht erom, maar doet het niet na. Je probeert het nog eens.

Met het idee van uit huis wonen had ik me verenigd. Rationeel. Nog steeds hoop ik stiekem dat je weer thuis kan komen. IJdele hoop die wordt vermorzeld door de realiteit van permanente zorgverlening. Ik zie je niet meer elke dag. Twee keer per week, waarvan vandaag het ene moment is. Je ontbijt vroeg op zaterdag. Om 9.00 uur staat je moeder voor de deur. Jullie gaan zwemmen. Alleen in vakanties is het zwembad dicht. Nu ook. Het Covid-19-virus zet alles op slot. Buiten waait de harde en koude oostenwind. Vanuit je stoel zie je de takken van hoge bomen heen en weer zwiepen. Niet alleen het zwembad is gesloten, het hele huis is dicht voor bezoekers. Eerder deze week was het nog mogelijk je te bezoeken. Nu niet meer, te veel uitzonderingen holden de bezoekregels uit. Niemand mag nog langskomen.

De dagbesteding is ook al gesloten. Je dagelijkse ritme is verstoord. Je medebewoners de hele dag tegenkomen is vreemd. Elke dag komt een dagbestedingbegeleider op bezoek. Het zijn jouw vrienden. Bij hen haal je een knuffel en met hen speel je. In een van je eerste rolstoelen had je een blad waar ik met een stuit de basketbal op kon gooien. Die duwde je dan weg. Met twee handen gaf je de bal een zet, waardoor die rustig stuiterde. Je kopieerde het vastpakken van de bal met twee handen. Omhoog die handen en gooien. Dat ging in het begin alle kanten op. Opzij, naar mij, over je hoofd. We gooiden steeds vaker over. Ook met kleinere ballen. Steeds harder ging je gooien en soms zelfs mikken. Nu gooi je met alles, daarna snel weg om op een andere plek nieuw speelgoed te zoeken.

Je gebaart zwemmen. De eerste keer gebaar je dit onder de douche. Het is jouw dag, jij gaat met je moeder zwemmen. Bij het ontbijt eet je je warme broodje en vraag je weer of je gaat zwemmen. Het antwoord is nee. Je begrijpt niet dat je niet gaat zwemmen. Je vraagt om mij en je moeder. Bij het weekend horen die lekkere broodjes, en bij het weekend hoort zwemmen en daarna je ouders bezoeken.

De lockdown is logischerwijs te verklaren. Alleen niet uit te leggen aan jou. Je puberende lichaam en je belevingswereld zijn niet in evenwicht. Verstandelijk ben je een jaar of anderhalf. Je IQ is onmeetbaar. Het interesseert je niet. Na twee uur baantjes trekken, glijbanen glijden, emmers water vullen en leeggooien, uit het bad klimmen om daarna zittend vanaf de rand weer in het water te duiken en telkens slokjes water te drinken ga je naar huis. Lunchen met het hele gezin. Jij aan het hoofd van de tafel. Hagelslag, kaas of schuddebuikjes kies je om op je brood te doen. Je eet keurig met een vork.

Na de lunch even liggen in je bed. Het bed met hoge hekken heb je al vanaf je derde en ook in je nieuwe kamer staat dit bed. Je ligt niet alleen om uit te rusten van de inspanning, ook kan je dan tegen je moeder of mij aanslapen. Je kruipt in me, een speelgoedsleutelbos heb je binnen handbereik. Jarenlang was ik een of twee keer soms zelfs drie keer per nacht bij je in deze kamer. De redenen om wakker te zijn waren divers, je was vaak boos, je luier moest verschoond worden, je had dorst, of je wilde een ijsje eten. Lachend gebaarde je dan ijsje. Helaas is dat nooit gelukt in de nacht. Je moest altijd weer slapen van mij. Je bed staat hier nog steeds, de kast is weg en mijn bureau staat nu naast je bed. Tegen je aan slapen en de warmte delen is een van de mooiste momenten in de week.

Tevergeefs vraag je aan je begeleider om te zwemmen. Je mag mee naar de tuin. Spelen met het zand, schommelen in je blauwe kuipschommel en gooien met de dennenappels. Je begeleiders zijn bij je en maken deze week veel filmpjes van je. Je fietst door de tuin, loopt door de kamer of je zit op de bank te wachten tot je televisie mag kijken. Deze filmpjes zijn het contact met jou. Ik vergat eerst iets terug te sturen, ik zag jou toch. Als ik niets stuur, zie je mij niet.

Vandaag zie ik je in de kruiwagen zitten. Je haren in een mooie staart. Je haar groeit hard. Het is tijd voor een knipbeurt. Als een koningin word je rondgereden in jouw koets. Je zwaait naar de camera als daarom wordt gevraagd. Niet zwemmen, wel in de tuin spelen. Ik zie je al zitten in het gras, de langsvliegende vogels trekken je aandacht, de tuin is windvrij, maar de bovenste takken van de bomen doen hun best de wind tegen te houden.

Op de piano speel ik visje in het water. Ik stuur de video, jij kijkt. Het antwoord is een video van jou. Je herkent het liedje en gebaart papa en pianospelen. Je geniet. Ik geniet mee vanachter het scherm. Ik wil je een knuffel geven, tegen je aan in slaap vallen, ballen overgooien en samen lunchen. Vandaag gaat dat niet. De komende weken ook niet. Hiermee hopen we het Coronavirus buiten de deur te houden en jou, je huisgenoten en begeleiding te behoeden voor dit virus. Want stel je voor, jij in quarantaine. Dat is een situatie die heel lastig zou zijn. Preventie is daarom zo belangrijk.

Jij geniet van het moment. Ik zie op afstand dat je blij bent en het goed gaat. Ik kan nu niet bij je zijn. Hoe graag ik dit ook wil. Gelukkig zijn de zorgmedewerkers bij je.

Leave a Reply

%d bloggers like this: