Boeken

BoekBoeken zijn een verbinding met het verleden, het heden of de toekomst. Boeken zijn een portaal. Met boeken kan de lezer zich verbinden met de schrijver. In boeken staan verhalen, theorieën, gedachtes, levens, gebeurtenissen, verzinsels, fabels, feiten en tekeningen. In boeken staan gesprekken, dialogen tussen hoofdpersonen. Een boek is een gesprek waarbij de schrijver vertelt en de lezer luistert.

Een boek is gebundeld papier. Letters vullen dit papier, net als afbeeldingen, tabellen, grafieken en illustraties. Met inkt worden de letters in de juiste volgorde in het boek gedrukt. Een boek is ook digitaal. De inkt is elektronisch. Boeken zijn de verbinding met de rest van de wereld en universum.

Een boek heeft meerdere functies. Het ophogen van het computerscherm kan beter met een fysiek boek dan met een e-reader. Het drogen van bladeren voor een herbarium kan in de encyclopedie. Een boek is een deurstopper of houdt een raam open. Een dik boek is de schrik van een spin. Met boeken kunnen racebanen gemaakt worden. Boeken kunnen veranderen in behang.

Een boek is een drager van cultuur en de bewaarplek van herinneringen. Tradities worden bewaard in boeken, vernieuwing en inspirerende gedachtes worden in boeken opgeslagen. Boeken bevorderen en zetten aan tot kritiek, bevestigen of ontkrachten meningen en vooroordelen of dagen uit na te denken. In een boek kan je verdwalen, een boek steelt je tijd.

Mijn zoon wordt vandaag zes. Aankomend schooljaar gaat hij naar groep 3. Daar leert hij beter lezen en schrijven. In groep 2 heeft hij het zelf al geleerd. Hij leest boeken waarin veel korte zinnen staan. Bij langere zinnen gebruikt hij zijn vinger om het woord aan te wijzen. Letter voor letter wordt het woord samengesteld, na de verwerking van de letters zegt hij het woord. Hij leest hardop.

Boeken met leuke verhalen wil hij graag lezen. Ook letters op andere plekken begint hij gelijk te lezen: op kentekens, straatnaamborden, wegwijzers, gebouwen, brieven, folders, magazines, vlaggen. Overal staan letters. Hij vindt lezen leuk. Hij leeft zich helemaal in. Hij lacht om de kwajongensstreken van de hoofdpersonen.

Het boek komt tot leven, het verhaal dringt door. En na de laatste pagina is het boek uit. De kaft kan dan ook nog worden gelezen. Na een tijdje leest hij het boek nog een keer. Vandaag is hij jarig. Hij krijgt alle boeken van de wereld. Een aantal boeken op een grote stapel, de rest mag hij gaan lenen bij de bibliotheek. Hij wordt lid van de bibliotheek.

Naast het lenen en lezen van boeken kan hij dan ook wekelijks met zijn moeder of mij naar de bibliotheek. Hij mag zelf gaan zoeken naar leuke boeken, en hij mag ze zelf lezen.

 

Leave a Reply

%d bloggers like this: