Doe mij een toppertje

Doe mij een toppertje en een breezer ananas klinkt in heel Amsterdam tijdens de koninginnenacht van 2006. Verderop in de stad hoor ik het gepiep van de monitor. Hartslag, bloeddruk, saturatie. De lijnen gaan op en neer op het scherm, de getallen veranderen.

Een infuus via de navel. Slangetjes en draadjes aan haar lichaam. Een slangetje door haar neus. De apparaten zorgen dat spuiten met vloeistof heel langzaam leeglopen in haar. De medicatie om de ductus open te houden. De longslagader zit behoorlijk dicht. Overal plakkertjes op haar lichaam

Haar kleine hand is krachtig. Ze beweegt haar arm hard, en zwaait daarmee ook een van de lijntjes in haar gezicht. Met de een kikkerknuffel voorkomen we dat ze zichzelf verwondt. Eigenwijs is ze dan al. Het piepen ken ik alleen van TV, de ziekenhuisseries. Nu hoor ik het live. Een verandering van piep, een versnelling van hartslag of ademhaling of een extra geluid geven mij gelijk zorgen.

Ze ligt er rustig bij, dan weer onrustig. Mijn telefoon piept weer eens, dat houdt snel op want met 20 sms’jes is de Nokia wel vol. Verpleegkundigen van de afdeling neonatologie weten wat ze doen en hoe ze moeten communiceren met ouders van kinderen die niet zonder reden hier liggen. De kundigheid geeft vertrouwen, de oprechte aandacht verlichting.

Of het goed komt? Goede vraag. Dat wachten we af. Over een paar dagen wordt ze geopereerd. Veel opties zijn er niet, risico’s wel. Het mag dan wel een slecht hart zijn, maar van de slechte harten is het juist weer een goed hart. Dat is de geruststelling van de cardioloog.

Het oranjegedruis in de stad gaat door terwijl mijn dochter rustig ligt, beademd. Ze krijgt allerlei medicatie, vocht en de rest waar ik nog niets van begrijp. Vader, dat ben ik. Ik kijk naar haar. Op een van de eerste foto’s balt ze haar vuist. Dat is nog voordat al die medische handelingen zijn gedaan. Haar handen nu in mijn handen. Tien vingers, tien tenen. Getinte huid, een bos haar. Ze valt op tussen de bleke en kale baby’s die naast haar liggen.

Wat als? Gaat er bij allerlei onderwerpen door mijn hoofd heen. Niets is mooier dan vandaag las ik bij de stilteruimte. Wat als? is niet belangrijk nu. Het gaat om nu. Nu is ze hier, nu ben ik er voor haar. Ik leg mijn hoofd op haar borst en luister naar de zoef van het hart. Zoef-zoef. Het hart klopt niet helemaal goed. Het ruist.

20 kaasjes mogen vandaag op de taart. Ze chillt op de bank, ze voelt mijn gemillimeterde haar terwijl ze mijn hoofd op haar borst drukt. Pum pum met een lichte zoef er doorheen. 20 jaar verder, nog steeds is het vertrouwd en veilig als ik naar haar hart luister. 20 jaar haar vader. Genieten, hard werken en tegelijkertijd altijd feest. 20 jaar eigenwijs en een toppertje.
Doe mij een toppertje!

Leave a Reply

Skip to content